Sommige kinderen kunnen niet zo hard rennen als anderen. Hun benen zijn niet zo sterk en ze hebben moeite met springen, rennen en traplopen. Hun spieren doen het niet zo goed. Dit komt door een ziekte die Duchenne spierdystrofie heet.
Dokters proberen iets te vinden om deze ziekte te stoppen. Kinderen die Duchenne spierdystrofie hebben kunnen net als alle andere kinderen zien, horen, proeven, ruiken, slikken, voelen en praten. Duchenne spierdystrofie doet geen pijn en je kunt gewoon denken, leren en dromen. Ook al kunnen deze kinderen niet zo hard lopen als anderen toch zijn er een heleboel dingen die ze net zo goed kunnen. Dingen zoals lezen, schrijven, spelletjes, verzamelen of modelbouwen. Dingen waar je geen sterke benen voor nodig hebt.








